Stikstof problemen. Deel 4.

Overgenomen, met toestemming, uit
"VOEKSNIEUWS",
het magazine voor gepensioneerden van SHELL.

ANTON BARENDREGT, energietransitie.nl








U heeft mij op gezette tijden in deze column horen klagen over de vaak slechte leesbaarheid van documenten uit de koker van onze overheid. Veel wollig en omfloerst taalgebruik met vaak nieuw uitgevonden woordsamenstellingen.
Het is daarom verfrissend als er af en toe een rapport verschijnt dat wel informatief en lezenswaardig is. Zo’n voorbeeld was het Remkes-rapport (‘Niet alles kan’) en onlangs een rapport, ook over de stikstofkwestie, van het Planbureau voor de Leefomgeving, met als neutrale titel ‘Stikstof in Perspectief’. Helemaal vrij van Ministerie-praat is dit rapport niet (bv. het gebruik van uitdrukkingen als ‘Denkrichtingen’ en ‘Vindplaatsen langs een politiek-maatschappelijk spoor’), maar het maakt wel duidelijk in wat voor moeras we met die stikstofkwestie zijn beland. De volgende passage geeft een voorbeeld:
'In de jaren ‘90 is via een combinatie van technische oplossingen en verscherpte voorschriften veel winst geboekt voor natuur en milieu. Naarmate dit ‘laaghangend fruit’ geplukt was, werd het in een dichtbevolkt land als Nederland lastiger alle conflicterende belangen op een beperkt stuk grondgebied naast elkaar te handhaven. Ook toen belangen nadrukkelijk begonnen te knellen, is gekozen om ze naast elkaar te handhaven. [….] Dit is exemplarisch voor beleid waarin geen fundamentele keuzes zijn gemaakt. De wettelijke verankering van het natuurbelang in de Europese Habitatrichtlijn bood samen met een hoge stikstofdepositie en het zwaarwegende wetenschappelijke verband tussen stikstof en het risico op verslechtering van natuurkwaliteit, de mogelijkheid om het belangenconflict buiten de politiek om op scherp te stellen.’
Met andere woorden, de milieuvrienden voelen zich gesterkt door een wettelijke basis vanuit Brussel (onderschreven door onze Raad van State), terwijl de industriële en agrarische activiteit in ons land zo’n strak wettelijk verdedigingskader schijnt te missen. Terwijl ik dit schrijf verschijnt een tweetal van deze vrienden op de buis, onder aankondiging van plannen voor nieuwe rechtszaken…
Inmiddels is de situatie zo dat, zelfs als we alle economische activiteit in Nederland stil zouden leggen (industrie, bouw, verkeer én agrarische activiteit), toch nog een kwart van alle 162 Natura 2000 gebieden teveel stikstof zouden ontvangen. Dit als gevolg van de scheepvaart op de Noordzee en het overwaaien van stikstofoxiden vanuit het buitenland. Dit zet de keuze tussen banen en bloemetjes wel erg op scherp. De enige kans om zo’n totale shutdown te voorkomen schijnt te zijn om stug door te gaan met aantoonbare verminderingen van de stikstofuitstoot, op alle fronten. Tenslotte hebben we in de laatste tien jaar al behoorlijke vorderingen gemaakt, zie het plaatje. En laat onze minister voor Milieuzaken vooral haar best blijven doen met dat rode potlood, daar in Brussel!
koeienstal

Emissie N2 per sector Toch is niet alles kommer en kwel aan het stikstoffront. Het aantal dieselauto’s (een meer dan gemiddelde bron van NO2) neemt gestaag af en het aantal elektrische auto’s neemt toe. Gemeenten zetten bij het plannen van nieuwe woonwijken de duimschroeven aan en staan slechts mondjesmaat parkeerruimtes toe. De doorgaande afname van verbrandingsuitstoot van CO2 brengt ook een afname van stikstofoxiden met zich mee.
Aan agrarische zijde is er eveneens ruimte voor verbeteringen. Minder scheutig strooien met kunstmest kan de hoeveelheid nitraten in het grondwater geleidelijk verminderen. Die nitraten zijn weliswaar geen onderdeel van de stikstofdeposities vanuit de lucht maar zij dragen wel bij aan de problemen, bijvoorbeeld op de schrale zandgronden in het oosten van het land. Verder zijn er die 500 varkensboeren die zeggen belangstelling te hebben in uitkoop. Die hebben alleen nog niet gehoord hoeveel h et schuift, dus het resultaat moeten we nog afwachten.
De voor techneuten interessantste mogelijkheden liggen bij de melkveeteelt. Ik noemde al eerder het stikstofarme veevoer dat ammoniakproductie vermindert. Maar er kan nog meer op stal. Koeien laten daar alles lopen, zoals u weet en het schijnt dat juist die directe menging van vloeibare en ‘vaste’ uitscheidingen veel ammoniak genereert. Dus probeert men scheidingsmethoden, zoals grote mechanische vloerwissers die de vaste troep opzij schuift voordat de natte boel er overheen kletst. Voor deze methode moet de stalvloer wel goed glad zijn en dat levert soms weer problemen met uitglijden. Daarnaast is het ook beter om de gier die op het land wordt uitgereden, eerst met ruim water te verdunnen. Koeien die in de wei staan hebben deze problemen allemaal niet, maar dat is natuurlijk alleen een oplossing in de zomer.
Of dit allemaal gaat werken en of de rechters de effecten van al deze maatregelen ook op waarde zullen schatten moeten we nog zien. Als de Nederlandse economie onverhoopt toch op slot zou gaan, zouden er voldoende banen zijn voor natuurreservaatbeheerders, is mij verzekerd

VOEKSNIEUWS NR 3 april 2029